In de boekjes van Hiskes en De Avro huisschijf, beiden uit 1933 wordt het plaatmateriaal en de naalden uitvoerig beschreven. Logisch want dat bleek het meest kritische onderdeel bij het zelf opnemen en bewaren van platen te zijn.

In 1933 wordt vooral het gebruik van platen op basis van gelatine genoemd. Importeurs daarvan waren N.V. Nijkerk’s Radio in Amsterdam en N.V. Techn. Handelsmaatschappij v.h Biedermann & Co. Amsterdam. Deze platen hebben als nadeel dat ze niet vlak blijven. Ze waren wel goedkoop met een prijs van hfl. 0,10 per stuk.

Maar op dat moment komen er ook verbeterde materiaalsoorten op de markt. Een daarvan is de Silberton plaat die door Hiskes als meest geschikt wordt aanbevolen. Het is een metalen schijf overtrokken met een celluloid achtig laagje.

Ook de Draloston plaat wordt geschikt geacht. deze platen worden geleverd door N.V. Ramie union in Enschede. Het verschil met op dat moment gebruikelijke platen is dat op die plaat een bakeliet achtig laagje als layer wordt toegepast. Dit is een zachte materiaalsoort waarin gemakkelijk gesneden kan worden. Na het snijden moet de plaat in een oven wordt gehard. Deze platen kostten hfl. 0,90 tot hfl. 1,20 per stuk, best duur dus voor die tijd. Daar kwam dan nog de prijs voor het harden bij. Voor dertig gulden kon een amateur ook zelf zo’n oven aanschaffen.
In de Dralowid Nachrichten (Dralowid Nachrichten 3) van maart 1933 blz. 44 staat een artikel over de behandeling van deze platen.

 

Een andere materiaalsoort zijn bespoten aluminium platen.

In mijn eigen verzameling kom ik ook nog glas als basismateriaal tegen. Wellicht stammen die dan uit een latere periode.

Andere merken die ik tegenkom en waar ik platen van heb zijn Simplex, Gevaphone, Contiphon, Philaphon en Decolith.

 

gevaphone

decolith

philaphon

Over de toepassing van naalden schrijft Hiskes (blz 11) en de Avro huisschijf (blz 27-28):

We gebruiken ze in soorten, dat wil zeggen dat voor opname en weergave verschillende naalden gebruikt worden. Bij de opname hebben we een snijnaald, deze naald moet immers een groef in de gelatineplaat graveren. De snijnaald is beitelvormig en werkt bij het snijden een spaan uit de groef, welke veel weg heeft vn een draad wit naaigaren. Met één snijnaald kan men twee plaatzijden graveeren. Iedere plaat neemt dus één naald. Dit is geen groot bezwaar, daar de snijnaalden slechts enkele centen per stuk kosten en bij grooter gebruik zeker nog goedkooper zullen worden.

Als weergave naald zijn de normale grammofoonnaalden op een gelatine plaat uit den booze; ze zouden in het betrekkelijk weeke materiaal precies doen als de snijnaald, namelijk de groeven nog dieper krassen. Daarom worden speciale, van onderen omgebogen naalden gebruikt, die min of meer in de groef sleepen.

snijnaalden 1

verschillende snijnaalden

volgende: Opnemen van platen

 

 

   
© ALLROUNDER